Donderdag 25 september was het zover. Al vanaf een uur tevoren begin ik zo om de 7 minuten te vragen of we niet al weg moeten, waar het is, hoe lang het rijden is en of we niet vooral al weg moeten.
Ons eerste bezoek aan de verloskundige. Een beetje zenuwachtig en onwennig rijden wij samen naar de verloskundige praktijk.
Ik heb geen flauw benul wat mij te wachten staat. Nanouk lijkt het allemaal gewoon te vinden, zij is immers al een ervaren moeder.
Wat angstig stel ik domme vragen naar schijnbaar de bekende weg, terwijl ik door de straten van Oosterhout stuur.
Het is al weer een tijd geleden dat ik mijn kindje, of in elk geval een duidelijk begin van mijn kindje op de echo in het ziekenhuis heb gezien. Ik verlang onwijs naar meer, maar heb geen flauw benul wat mij te wachten staat.
Blij vertelt Nanouk dat we naar het hartje gaan luisteren. Ik probeer mij er iets bij voor te stellen, maar er dringt weinig tot me door.
Ik ben zo blij dat ik vader word. Maar ik voel niks groeien of veranderen in mij. Ik moet het doen met symbolen.
Symbolen zoals een succesvolle zwangerschapstest, irritaties, misselijkheid, vermoeidheid, mijn best doen, wisselend humeur. Nieuwe kleren voor haar, nieuwe onzekerheden voor haar, groeiende borsten die steeds mooier en haast angstaanjagend groot lijken te worden. Haar figuur waar steeds duidelijker een ronde vorm in haar buik lijkt af te tekenen, zonder al een zwangere buik te zijn.
Hardop mopperend parkeer ik de auto stijf van de zenuwen in de woonwijk. Iemand heeft zijn scooter dusdanig in een parkeervak gezet dat ik niet voor de deur kan parkeren.
Nu moeten we wel zeker 5 meter extra lopen. Tsjonge, jonge. Gelukkig iets waar ik wel iets over weet en van kan voelen. Dus ik mopper ik nog een tijdje door.
Onwijs nerveus en nog steeds geirriteerd zitten wij in een wachtkamer met hoestende en proestende mensen. Onwillekeurig denk ik, hoe kun je nu zwangere vrouwen tussen zieke mensen zetten, dat is toch vreselijk risicovol. Straks krijgt mijn kindje nog..... mijn irritatie slaat over op de wachtkamer.
Wachten duurt lang. Veel te lang.
Eindelijk zijn we aan de beurt. Een grote mevrouw, de vrouwen in dit gebouw lijke wel geselecteerd op lengte, blijkt veel vriendelijker, dan ik in eerste instantie overweeg.
Zij en Nanouk vullen alle gegevens in en aan. Alles staat er nog in, van Ingrid. Angstig vraag ik mij af of ik nog een rol in de computer ga spelen. Eindelijk wordt mijn naam ingevuld en mag ik wat vragen beantwoorden. Inwendig juig ik. Het staat er echt, Merijn, bij de gegevens van de vader. Het is dus echt.
Eindelijk stelt de verloskundige voor om even te kijken naar Nouks buik. Alles in orde, het voelt goed. Of ze even moet proberen om te kijken of we het hartje kunnen horen. Het is immers zo pril dat de kans klein is.
HOEZO proberen denk ik. Inwendig vloek ik, godver.
In koor roepen we, natuurlijk willen wij het horen. De verloskundige gaat onverstoorbaar verder met het uitleggen waarom het eventueel niet hoorbaar zou zijn.....opeens hoor ik wat.
Ik hoor de branding van de zee. Een sterk aanzwellen en wegvloeien van vloeistof. Langzaam beginnen de stemmetjes en de angsten weg te ebben en wordt het stiller in mij. Zou dat....nee toch...
De verloskundige roept vrolijk, kijk dat is jouw hartslag. Nog ff zoeken hoor, ik weet niet of het lukt. En even denk ik, wat is dat...
Opeens is het stil. Het is doodstil in mijn hoofd. Het enige wat ik hoor is een gejaagd stoomtreintje wat als een bezetene door de branding heen knalt. Mijn hart slaat een slag over, ik vergeet adem te halen en doe in gedachten een handstand.
Dit gevoel is zo onwerkelijk. Nanouk en de verloskundige babbelen erover en ik hoor mezelf zeggen, net zo'n zenuwenlijer als zijn vader.
Opeens is het klaar en ik kom terug uit mijn roes. En sta ik ruw weer met mijn benen op de grond. Ik was heel ff één met de zwangerschap en moet nu weer van een afstandje toekijken tot de volgende mogelijkheid. Nog 4 weken wachten, verdomme, dat duurt veel te lang.
Af en toe dwalen mijn gedachten af, een stoomtreintje zwoegt onvermoeibaar door het geluid van de branding heen. Er verschijnt een vage dwaze gelukkige grijns op mijn gezicht.
Merijn